IMPULSCONTROLE  EN HET BELANG ERVAN VOOR  IAN

Impulscontrole is het vermogen van een hond om een prikkel te weerstaan zodat zijn gedrag beheersbaar wordt. In de praktijk betekent dit dat de hond niet automatisch reageert op alles wat beweegt, geluid maakt of emotie oproept. Goede impulscontrole zorgt voor meer rust, betere concentratie en een groter gevoel van veiligheid — zowel voor Ian als voor mezelf.

Belangrijk is dat impulscontrole geen kwestie is van “niet mogen”, maar van leren wachten. De hond leert dat hij een prikkel mag waarnemen, zonder er direct op te handelen.

Zelf heb ik dit opgebouwd met de oefening af/zit en blijf. 

Een eenvoudige oefening zoals plaats of blijf vormt een uitstekende basis om impulscontrole systematisch op te bouwen. De oefening is duidelijk afgebakend, voorspelbaar en goed te controleren, waardoor de hond precies weet wat er van hem verwacht wordt. Binnen die duidelijke structuur kon ik de moeilijkheidsgraad stap voor stap verhogen.

De opbouw verloopt op 3 niveaus die geleidelijk worden opgebouwd. 

  1. Tijd

    De duur van de oefening wordt geleidelijk verlengd. Ian leert op die manier dat hij zijn positie moet vasthouden, ook wanneer er even niets gebeurt. Dit vraagt mentale rust en focus.  Dit was in het begin zeer moeilijk in een buitenomgeving.  Maar uiteraard start je daarmee binnen in huis.   Toch ga je de oefeningen ook geleidelijk buiten in prikkelarme situaties doen.   Soms gebeurde dat oefenen gewoon op momenten dat ik van Ian een mooie foto wilde maken.  Naar gelang Ian langer kon blijven zitten begon het poseren steeds beter te lukken.  Het leek alsof Ian het fototoestel ook begon te linken aan dit opdrachtje waardoor zijn motivatie ook hoger lag.   Dit was zeer opvallend.   Maar hoe dan ook begon de oefening met slechts een tel zitten (of afliggen) en belonen, en dit telkens in tijd wat opbouwen. En uiteraard niet enkel bij het nemen van foto’s !

  2. Afstand

    Vervolgens ben ik ook de afstand wat geen vergroten tussen mij en Ian.  Ook eerst uitsluitend prikkelarm, maar dan geleidelijk ook eens in een buitenomgeving.  Eerst daar terug wat makkelijker en ook weer opbouwend.  Hierdoor leert een hond zelfstandig in de oefening te blijven, zonder voortdurende nabijheid of ondersteuning van mijn kant. Afstand vergroot de mate van zelfbeheersing.  Dit is wat ik onder de noemer zelfredzaamheid plaats.  Een hond die blijft liggen terwijl je zelf uit beeld gaat, is zelfredzaam.  Die weet wat de verwachtingen zijn, en slaat ook niet in paniek omdat je weg bent of er geen begeleiding is.  Uiteraard kan dit enkel als je dit rustig in stapjes aanleert.  

  3. Prikkels

    Pas wanneer tijd en afstand voldoende stabiel zijn, ben ik hem gaan uitdagen met prikkels. In eerste instantie waren dit door mij gecontroleerd uitgelokte prikkels, zoals het weggooien van een bal, zonder dat hij er meteen achter mocht.  Ik maakte het ook steeds moeilijker door bepaalde situaties in scène te zetten.   Zo speelde ik zelf voor jogger, door hem te laten zitten en van hem weg te lopen.   In het begin enkel vertrekken, en meteen stoppen, tot ik uiteindelijk steeds verder van hem kon weglopen.   Daarna deed ik het zelfde met de fiets.   Ik nam hem mee in de fietsmand naar afgelegen plekken.  Ook daar begon ik opnieuw met een makkelijke versie van de oefening, bouwde ik het op tot ik een eind van hem kon wegrijden.   Ian zag dit als een spelletje en dat maakte ik er ook van. 

Deze gefaseerde opbouw voorkomt dat de hond in één keer te veel moet verwerken en maakt het leerproces helder en eerlijk. Dit is wat ik ook benoem als oefenen onder stressniveau.

 Een lichte mate van spanning is nodig om te leren, maar de oefening mocht nooit te moeilijk worden. Men bouwt de training zo op dat de hond wordt uitgedaagd, zonder dat hij overvraagd raakt.

Dat betekent dat ik voortdurend let op signalen van stress, frustratie of verlies van concentratie. De moeilijkheid wordt alleen verhoogd wanneer de hond de vorige stap betrouwbaar beheerst. Op die manier blijft de kans op succes groot — en juist dat succes is essentieel voor verdere ontwikkeling.

Wanneer de hond impulscontrole heeft opgebouwd binnen de training, kan deze vaardigheid geleidelijk worden verplaatst naar situaties uit het dagelijks leven. Denk aan passerende mensen, andere honden, verkeer of onverwachte geluiden. Omdat de hond geleerd heeft hoe hij met prikkels om kan gaan, hoeft hij niet te reageren vanuit impuls, maar kan hij kiezen voor rust en beheersing.

Voor mij draait impulscontrole om het versterken van zelfbeheersing, niet om het onderdrukken van gedrag. Door duidelijkheid, een zorgvuldige opbouw en respect voor het tempo van de hond, ontstaat er een vaardigheid die de hond zijn hele leven meeneemt. Dat maakt impulscontrole niet alleen nuttig, maar onmisbaar in een evenwichtige samenwerking.

Dit soort oefeningen waren makkelijker dan de destijds aangeleerde kijk oefening.  Wellicht omdat ik de opbouw van de oefeningen beter heb aangepakt, maar ook omdat Ian zijn motivatie erg hoog was.   Omdat de oefeningen zo goed gingen, had ik er nog een variant bij bedacht.  Het afstoppen. Met andere woorden, het doen stoppen terwijl Ian zelf in beweging was.  Ook hier dan dezelfde opbouw, tot ik uiteindelijk met Ian kon lopen en fietsen, en onderweg hem dan doen stoppen en blijven.

Dit ben ik dan verder gaan uitbouwen naar meer spannende dingen.   Zo liep hij graag achter wegvliegende vogels.  Dit gebeurde vaak op een specifieke dijk.  Het werd ons oefenterrein.  Eerst liet ik Ian meteen stoppen als hij begon te rennen.  Uiteindelijk heb ik die grens steeds verlegd en liet ik hem gaan.   

Hieronder een voorbeeld van impulscontrole in een omgeving vol prikkels.   Ik gaf Ian de opdracht te blijven zitten, zodat ik foto’s kom maken.   De moeilijkheid hier was dat er heel wat mensen passeerden, en dat die mensen ook nog eens aandacht voor hem begonnen te hebben.  Ian bleef echter beheerst en trok zich niets aan van zijn omgeving.

Hier nog een voorbeeld van impulsbeheersing in een erg prikkelende omgeving.   Tijdens een geoepswandeling met andere sheltie-eigenaars en hun shelties had ik Ian de opdracht gegeven te blijven zitten.  Blijven zitten wat er ook gebeurd.  Dus het spelgedrag van zijn vriendjes negeren, maar ook als deze vriendjes vlak bij hem voor uitdaging zorgen.  Ian blijft netjes in zijn rol.