Kritiek en herziening van de dominantietheorie:
De dominantietheorie is inmiddels zeer omstreden en wordt door veel moderne hondentrainers en dierenpsychologen als achterhaald beschouwd. Er zijn verschillende redenen waarom de dominantietheorie wordt bekritiseerd:
1. Misinterpretatie van wolfgedrag:
Het idee van de “alpha” wolf in een roedel werd aanvankelijk gebaseerd op Schenkel’s werk met wolven in gevangenschap, maar later werd aangetoond dat de sociale structuren in wolfroedels veel complexer en dynamischer zijn dan het idee van één vaste leider. Wolven in het wild leven vaak in families, waarin de ouderdieren hun roedel leiden, maar dit is meer een gezinsstructuur dan een strikte hiërarchie.
2. Honden zijn geen wolven:
Honden zijn gedomesticeerde dieren en hun gedrag verschilt sterk van dat van hun wilde voorouders. Honden hebben vaak een andere sociale structuur dan wolven, en het idee van een strikte dominantiehiërarchie is niet altijd van toepassing in hun interacties met mensen.
3. Negatieve effecten van straffen:
Veel van de technieken die voortkwamen uit de dominantietheorie, zoals fysieke correcties en gebruik van aversieve middelen (zoals e-collars en alpha-rolls), kunnen stress, angst, en agressie bij honden veroorzaken. Dit kan leiden tot verstoord gedrag in plaats van gewenst gedrag, wat de training uiteindelijk minder effectief maakt.
4. Positieve bekrachtiging als effectievere methode:
Tegenwoordig wordt de nadruk gelegd op positieve bekrachtiging: het belonen van gewenst gedrag met lof, traktaties, en speeltijd. Dit versterkt de relatie tussen hond en eigenaar, bevordert vertrouwen, en zorgt ervoor dat de hond leert wat van hem verwacht wordt zonder angst of dwang. Moderne trainers gebruiken ook neutrale communicatie, waarbij negatieve straffen of fysieke correcties worden vermeden.
Er zijn verschillende invloedrijke wetenschappers die in de loop der jaren hebben aangetoond dat dieren wel degelijk emoties ervaren, wat grote implicaties heeft gehad voor zowel het wetenschappelijke begrip van diergedrag als de manier waarop dieren, inclusief honden, getraind en behandeld worden. Deze wetenschappers hebben door middel van gedragsobservaties en neurowetenschappelijk onderzoek bewijs geleverd voor de emotionele capaciteiten van dieren. Ze hebben ook bijgedragen aan de verschuiving van aversieve trainingsmethoden naar meer empatische en positieve benaderingen van hondentraining.
Enkele wetenschappers die overtuigend bewijs hebben geleverd voor de emotionele wereld van dieren:
1. Charles Darwin (1809-1882)
• Werk: In zijn boek “The Expression of the Emotions in Man and Animals” (1872) stelde Darwin dat emoties bij dieren vergelijkbaar waren met die van mensen. Hij legde uit dat de expressie van emoties zoals angst, verdriet, vreugde en woede niet alleen een menselijke eigenschap was, maar ook werd waargenomen bij dieren. Dit was een van de eerste wetenschappelijke uitingen van het idee dat dieren emoties ervaren.
• Invloed op trainers: Darwins ideeën gaven basis voor de latere wetenschappelijke overtuiging dat honden en andere dieren emotioneel reageren op hun omgeving. Dit droeg bij aan de ontwikkeling van een meer empathische benadering van dierenzorg en -training, waarin rekening werd gehouden met de gevoelens van dieren.
2. Konrad Lorenz (1903-1989)
• Werk: Lorenz was een pionier op het gebied van dierenethologie (de studie van diergedrag). Hij benadrukte de natuurlijke gedragingen en emoties van dieren in hun sociale interacties. Lorenz is vooral bekend geworden door zijn onderzoek naar imprinting bij ganzen en het idee dat dieren niet alleen instinctief handelen, maar ook sociale en emotionele bindingen kunnen aangaan.
• Invloed op trainers: Lorenz’ werk benadrukte de rol van emotionele en sociale banden in het gedrag van dieren, wat trainers ertoe aanzette meer vertrouwen en bandopbouw te integreren in hun trainingsmethoden, in plaats van te focussen op discipline via straf.
3. Jane Goodall (1934-heden)
• Werk: Jane Goodall, bekend om haar werk met chimpansees in het Gombe Stream National Park, leverde indirect bewijs voor emoties bij dieren door te laten zien hoe chimpansees emoties zoals rouw, blijdschap, jaloezie en zelfs empathie vertonen. Ze observeerde bijvoorbeeld hoe chimpansees rouwen om de dood van een familielid, wat voorheen als een puur menselijke emotie werd beschouwd.
• Invloed op trainers: Goodalls ontdekkingen benadrukten het belang van empathie en sociale interactie in de omgang met dieren. Haar werk beïnvloedde hondentrainers en gedragsdeskundigen die nu positieve, op vertrouwen gebaseerde training promoten, in plaats van de strikte dominantie-aanpak die op de veronderstelling was gebaseerd dat dieren puur instinctief reageren.
4. Marc Bekoff (1945-heden)
• Werk: Marc Bekoff, een Amerikaanse etholoog, heeft veel onderzoek verricht naar de emotionele en cognitieve capaciteiten van dieren. In zijn boek “The Emotional Lives of Animals” betoogde hij dat dieren net als mensen gevoelens zoals empathie, liefde, verdriet, en vreugde ervaren. Bekoff heeft ook het concept van “theory of mind” in dieren onderzocht (het vermogen om de emoties en gedachten van anderen te begrijpen).
• Invloed op trainers: Bekoff’s werk heeft het idee van respectvolle communicatie in de omgang met honden gepromoot. Zijn wetenschappelijke benadering heeft hondentrainers geholpen om emotionele reacties van honden beter te begrijpen en te werken met hun natuurlijke neigingen in plaats van tegen hen in te werken. Het benadrukte ook het belang van het voorkomen van stress en angst in honden tijdens training.
5. Frans de Waal (1948-heden)
• Werk: Frans de Waal is een van de meest invloedrijke onderzoekers op het gebied van de emoties en sociale interacties van primaten. Hij ontdekte dat chimpansees, bonobo’s en andere primaten emoties vertonen die zeer vergelijkbaar zijn met menselijke emoties, zoals compassie, vergeving en conflictresolutie. Hij benadrukte ook de rol van empathie in sociale interacties en het belang van sociale cohesie in dieren.
• Invloed op trainers: De Waal’s werk heeft bijgedragen aan het idee dat ook honden emotionele entiteiten zijn die meer hebben dan alleen instinctief gedrag. Het benadrukte het belang van positieve versterking, vertrouwen en sociale interactie in hondentraining, waarbij het welzijn van de hond centraal stond.
6. Jaak Panksepp (1943-2017)
• Werk: Jaak Panksepp, een neuropsycholoog, bestudeerde de neurobiologie van emoties bij dieren. Hij identificeerde verschillende basisemoties in dieren, zoals angst, plezier, woede en zorg. Panksepp liet zien dat emoties in de hersenen van dieren op een fundamenteel vergelijkbare manier werken als bij mensen, vooral in de limbische systemen, die verantwoordelijk zijn voor het verwerken van emoties.
• Invloed op trainers: Panksepp’s werk had invloed op de manier waarop trainers de emoties van honden benaderen. Hij benadrukte dat emotionele regulatie en het welzijn van een hond essentieel zijn voor een gezonde trainingservaring, en dat het gebruik van aversieve technieken zoals schokken of harde correcties emotionele schade kan veroorzaken.
Impact van deze wetenschappers op hondentrainers:
• Afschaffing van de dominantie-theorie: De verschuiving in het denken over dieren als emotionele en sociale wezens heeft de dominantie-theorie, die in de jaren ’80 en ’90 populair was, sterk ondermijnd. Waar vroeger werd aangenomen dat honden strikt gehoorzaam moesten zijn aan een “alpha”, wordt tegenwoordig steeds meer erkend dat honden emoties en complexe gedragingen vertonen die respectvolle training en communicatie vereisen.
• Positieve versterking en emotioneel welzijn: De wetenschappers hierboven pleitten voor het idee dat emoties centraal staan in het gedrag van dieren. Dit leidde tot een grotere nadruk op positieve versterking, waarbij gewenst gedrag wordt beloond, en de focus verschuift van straffen naar empatische benaderingen die rekening houden met het emotionele welzijn van de hond.
• Empathie en bandopbouw: Deze wetenschappers benadrukten het belang van empathie en de emotionele band tussen hond en eigenaar. Trainers gingen begrijpen dat honden geen puur instinctieve wezens zijn, maar dieren met gevoelens, waardoor de nadruk in hondentraining verschuift naar het opbouwen van vertrouwen en sociale interactie in plaats van het simpelweg afstraffen van ongewenst gedrag.
In de loop der tijd heeft dit bijgedragen aan de ontwikkeling van trainingsmethoden die minder stressvol zijn voor honden en die positieve emoties bevorderen, wat resulteerde in meer effectieve en diervriendelijke trainingstechnieken.
Er waren gelukkig wel al hondentrainers in de jaren ’80 en ’90 die al begonnen met het erkennen van de emoties van honden en het toepassen van meer humane trainingsmethoden, ook al was dit nog relatief vernieuwend en niet de norm. Deze trainers legden de basis voor wat later de populaire positieve versterking-methoden zouden worden. Enkele van de invloedrijkste figuren die in deze tijd aandacht gaven aan de emotionele behoeften van honden waren:
1. Ian Dunbar
Dr. Ian Dunbar is een van de pioniers in het erkennen van de emotionele en sociale behoeften van honden in hun training. In de jaren ’80 en ’90 ontwikkelde Dunbar een positieve versterking-benadering en legde hij de nadruk op vroege socialisatie en het creëren van een veilige en vertrouwensvolle relatie tussen hond en eigenaar. Hij was een van de eersten die echt aandrong op het begrijpen van honden als emotionele wezens, niet alleen als fysieke entiteiten die gereconditioneerd moesten worden door middel van straf of correctie. Dunbar stelde dat honden niet alleen leren door straffen, maar door middel van positieve ervaringen en beloningen, en hij moedigde het gebruik van beloningen aan om gewenst gedrag te versterken.
Dunbar schreef belangrijke boeken zoals Before and After Getting Your Puppy en Dog Behavior: The Basics, waarin hij zowel theoretische als praktische kennis deelde over hoe honden emoties ervaren en hoe dit hun gedrag beïnvloedt. Zijn werk werd een belangrijke bijdrage aan de verschuiving naar meer diervriendelijke en emotioneel ondersteunde trainingsmethoden.
2. Karen Pryor
Karen Pryor was een andere invloedrijke trainer die zich sterk richtte op de emotionele en mentale aspecten van honden. Pryor is vooral bekend geworden door haar werk met clickertraining, een methode die gebruik maakt van positieve versterking om honden gewenst gedrag te leren. Haar benadering erkende de rol van emotie en motivatie in het leerproces van honden, waarbij ze hun positieve reacties op beloningen (zoals voedsel of speelsessies) gebruikte om gewenst gedrag te versterken.
Pryor’s boeken, zoals Don’t Shoot the Dog, benadrukten het belang van positieve bekrachtiging en het begrijpen van honden als intelligente, gevoelige dieren. In haar werk benadrukte ze dat straf niet alleen inefficiënt kan zijn, maar ook schadelijk voor de emotionele band tussen hond en eigenaar. Haar benadering was een radicale verschuiving ten opzichte van de meer traditionele, op straf gebaseerde methoden van training die in die tijd populair waren.
3. Patricia McConnell
Patricia McConnell, een gedragsdeskundige en dierenpsycholoog, begon haar werk als hondentrainer in de jaren ’80 en was een van de belangrijkste pleitbezorgers voor het erkennen van de emotionele en psychologische toestand van honden in hun training. In haar boeken zoals The Other End of the Leash en For the Love of a Dog legt ze uit hoe honden emoties ervaren en hoe deze emoties het gedrag beïnvloeden. McConnell benadrukte dat honden niet alleen reageren op externe stimuli, maar ook op hun interne emotionele wereld, zoals angst, plezier en frustratie.
Haar benadering was gebaseerd op het idee dat honden een sociaal en emotioneel wezen zijn, en dat de relatie tussen eigenaar en hond moet worden gebouwd op vertrouwen, communicatie en wederzijds respect. McConnell is van mening dat de emotionele toestand van de hond invloed heeft op hun gedrag, en dat positieve versterking veel effectiever is dan het gebruik van straf of controle. Haar werk heeft de basis gelegd voor de populaire beweging naar meer empathische en op wetenschap gebaseerde hondentraining.
4. Turid Rugaas
Turid Rugaas, een Noorse hondentrainer, richtte zich in de jaren ’90 op de subtiele lichaamstaal van honden, en in het bijzonder op hun calmerende signalen. Dit zijn non-verbale signalen die honden gebruiken om spanning te verminderen en conflicten te vermijden. Rugaas was een van de eerste die erop wees dat honden emoties zoals angst, stress, en ongemak kunnen ervaren, en dat deze emoties hun gedrag beïnvloeden.
Haar werk over kalmerende signalen en haar boeken, zoals On Talking Terms with Dogs, brachten een belangrijk inzicht in de emotionele en sociale wereld van honden. Ze toonde aan dat honden communiceren door middel van een breed scala aan gedragingen en signalen, en dat het belangrijk is voor hondentrainers om deze signalen te begrijpen en te respecteren bij het trainen van honden.
5. John Paul Scott en John L. Fuller
Hoewel zij voornamelijk actief waren in de jaren ’50 en ’60, zijn de invloed en ideeën van John Paul Scott en John L. Fuller belangrijk voor het begrijpen van het emotionele leven van honden. Ze bestudeerden de ontwikkeling van honden en legden de basis voor het idee dat honden innate emotionele reacties vertonen, die sterk afhankelijk zijn van socialisatie en de interacties met hun omgeving. Ze waren enkele van de eerste wetenschappers die erkenden dat gedrag van honden zowel door genetica als omgevingsfactoren wordt beïnvloed, inclusief hun emoties.